BeeldhouwgraffitiDe nacht van 8 op 9 augustus 2003. Gewapend met zagen, bijlen en beitels begeven Joost Haasnoot en Merijn Tinga zich naar strandpaal 89 250. In het holst van de nacht transformeren zij de paal tot een beeldhouwwerk, het eerste van een beoogde lange reeks. Een week later ontstaat het tweede beeld uit strandpaal 89 750, begin september uit paal 90 250 het derde. Rijkswaterstaat, de eigenaar van de drie palen toont zich ‘not amused’, zaagt de beelden eind september af en laat de strandpaal-stompjes achter. Het in november op het restant van paal 89 750 geplaatste vierde beeld blijkt na een week te zijn gestolen. Ziehier de eerste wapenfeiten van wat sindsdien bekend staat als het Kunst Uitschot Team, kortweg K.U.T.. In nog geen drie jaar tijd heeft het Kunst Uitschot Team in Leiden en omstreken ruim 15 sculpturen geplaatst. Vrijwel altijd ongevraagd, geregeld refererend aan een festiviteit of een herdenking, over het algemeen tot genoegen van de ermee geconfronteerde passant en tot ongenoegen van de met regelgeving schermende overheid. Haasnoot en Tinga, de beide kernleden van het Team (dat al naar gelang de gelegenheid kan worden uitgebreid met gelijkgestemden) formuleerden hun acties ooit als laagdrempelige bijdragen aan het geringe aantal sculpturen in de openbare ruimte van de stad. Over het waarom van hun acties zijn ze kort: ‘Omdat het moet, van onszelf.’ Om er aan toe te voegen: ‘We doen het op deze manier omdat we zo een breed publiek hopen te bereiken. Het verrassingselement is essentieel. Opeens staat er een beeld, op een plek waar niemand dat heeft verwacht. Dat roept reacties op. De consequentie is het risico dat zo’n beeld wordt beschadigd of wordt weggehaald.’ Ze hebben het niet zo met de officiele kanalen. ‘Als je keurig via de regels van de gemeente en de welstandcommissie te werk gaat ga je op een gegeven moment toch compromissen sluiten. We hechten heel erg aan onze onafhankelijkheid. We willen zelf dingen verzinnen en realiseren, zonder te pas en te onpas rekening te moeten houden met bijvoorbeeld de voorgeschreven hoogtes van zitelementen of een of andere absurde veiligheidseis.’ Hetgeen niet wegneemt dat er, zeker nu de projecten groter worden, een gedegen organisatie aan vooraf gaat. ‘Met die strandpalen konden we nog volstaan met een fietskarretje voor onze spullen. Van de beelden erna werd de grote vorm op het atelier uitgehakt, maar het vervoer naar en het takelwerk op de beoogde locatie moest worden geregeld, en dan moest het vaak nog ter plaatse verder worden afgewerkt.’ In het begin werd een belangrijk deel van de organisatie bovendien ingegeven door angst voor de politie. ‘We noemden ons eerste werk niet voor niets beeldhouw-grafitty.’ Die angst is inmiddels verdwenen. ‘Als je wat wilt met je werk moet je ermee naar buiten gaan en niet bang zijn om op je bek te gaan. Wat we maken deden en doen we publiek, en juist daardoor krijgen we veel respons. Tegenwoordig worden we zelfs uitgenodigd om projecten te komen doen.’ Het onvermijdelijke gevolg was dat het Team beelden ging maken die daadwerkelijk voor een gekozen plek waren bedoeld. ‘Bij het woord 'kunst' heb ik een nare associatie. Het is een besmet woord; gegijzeld door instanties als academies, musea en galeries. We hebben ons steeds meer toegelegd op wat we “Geen Kunst” noemen. We maken objecten: dingen die niet naar kunst verwijzen of iets zeggen over kunst, maar op zichzelf staan en daarnaast een betekenis hebben.’ In hoeverre onttrekt het Team zich aan het gevestigde kunstcircuit? ‘We schreeuwen dat wel hard, het is een manier om ons te differentieren van de rest. We staan niet ingeschreven bij het CBK, we krijgen geen subsidie, we organiseren en bekostigen het vrijwel allemaal met zijn tweeen. Maar hoe meer mensen we leren kennen hoe moeilijker het is om te zeggen dat we er ons echt aan onttrekken.’ Haasnoot en Tinga kunnen smakelijk vertellen over het tot stand komen van hun projekten. ‘Neem nou die “Pisbakboom”, gehakt ter gelegenheid van Koninginnedag 2005. Toen die er eenmaal stond, op het plein voor het stadhuis, dacht iedereen dat we ermee verwezen naar Duchamp, en op onze website hebben we dat, niet helemaal terecht, maar zo gelaten. Maar het uitgangspunt was veel trivialer: we dachten, waar heb je op zo’n feestdag nu behoefte aan? Er wordt gezopen, en dus wordt er gepist. Wat is er practischer dan een openbaar toilet? Met een uit een boomstam gehakt urinoir sla je twee vliegen in een klap: je pist in een pisbak, en spaart de 50 eurocent uit die het reguliere toilet kost, en je pist tegen een boom maar hoeft geen 50 euro boete voor wildplassen te betalen. Verder gingen we er van uit dat deze sculptuur, in al zijn functionaliteit, mettertijd door de sporen van het gebruik een zekere toevoegde waarde zou krijgen.’ ‘De grote vorm, zeg maar het kettingzagenwerk, hebben we vooraf in het atelier uit de een stuk populierenhout gezaagd, ook al om practische redenen, zo’n zaag zou de bandjes op het plein overstemmen. Het fijnere werk hebben we de dag zelf ter plaatse gedaan, en een paar dagen later, op 5 mei, is de bak feestelijk ingewijd door een “pee-girl” van het speciaal daarvoor in het leven geroepen “Plastuit Promotie Team”, om de vrouwvriendelijkheid van de sculpuur te onderstrepen.’ Het 1 ½ ton zware beeld mocht echter niet op het Stadhuisplein blijven staan. ‘We hebben het via onze website geveild: degene die er de beste locatie voor had, met name wat betreft functionaliteit, mocht het hebben.’ Dat de Pisbakboom niet mocht blijven staan was het Team van te voren bekend. ‘Het vloeide voort uit de projecten van het jaar daarvoor. We hadden toen een week voor Koninginnedag al een beeld, “Venus van Leiden”, in het Plantsoen geplaatst. Op Koninginnedag zelf gaven we onder het voorwendsel oude ambachten een demonstratie “beeldhouwen in hout”: in een paar uur tijd laten zien hoe je van een kale stronk populierenhout een sculptuur maakt. Het was een reuze succes, zelfs de burgemeester kwam kijken. Het was iedereen echter ontgaan dat de stronk diep in de grond was verankerd, met een erg stevige constructie. Met tot gevolg dat toen de demonstratie voorbij was er een beeld op het Stadhuisplein stond met de wat aanstootgevende titel “Fallen Faggot”, en dat dat beeld alleen met zwaar materieel was te verwijderen.’ Toen een paar weken later bij de Burcht een derde beeld, “Number Nine”, verrees liepen de gemoederen hoog op: er werden vragen in de gemeenteraad gesteld, het Team mobiliseerde medestanders en sympathisanten via een petitie, en haalde uiteindelijk op 7 juni zelf “Fallen Faggot” weg om ‘met het verwijderen van het meest aanstootgevende beeld de andere twee beelden een grotere kans tot behoud tegeven.’ Dat is uiteindelijk maar ten dele gelukt: Number Nine werd door de gemeente verwijderd, en Venus van Leiden werd een jaar later, gedoogd in afwachting van een vergunning voor plaatsing, ter gelegenheid van de Dag van het Park door Wethouder Van der Sande feestelijk onthuld. Geleidelijk aan verbeterden de betrekkingen tussen de gemeente en het K.U.T.. Het in het kader van de Leidse Atelierroute 2004 ter plekke aan de Koppenhinksteeg in samenwerking met Papatio vervaardigde “Geen Kunst” werd na een jaar bij de herbestrating van het gebied door gemeentewerkers met grote omzichtigheid een aantal meters verplaatst. De met het oog op het nakende Rembrandtjaar in de zomer van 2005 in de Burcht geplaatste Rembank mocht, na een gesprek met wethouder Geertsema, officieus tot het einde van 2006 blijven staan. In dat zelfde gesprek werd het Team overigens verzocht voortaan eerst de gemeente in te lichten alvorens illegaal een beeld te plaatsen... Het in gesprek gaan met de gemeente kwam het Team op verwijten van voormalige medestanders te staan. ‘We zouden onze principes te grabbel hebben gegooid. Maar in feite is er niets veranderd, we plaatsen nog steeds op eigen initiatief. Alleen sluiten we hulp uit onverwachte hoek niet op voorhand uit. Je kan ook zeggen: “if you can’t beat them, make them join you.” En dat laatste is letterlijk het geval geweest bij “Icarus”.’ “Icarus” is de titel van de in maart j.l. aan het Utrechtse Veer geplaatste klimwand. Deze heeft de vorm van een vallende man, met daarop, als grepen, afgietsels van de handen van 56 bekende Leidenaren, niet alleen uit politiek en cultuur, maar ook uit het straat- en uitgaansleven. ‘Iedereen die we ervoor vroegen, van de burgemeester tot de straatkrantverkoper, van minister en voormalig wethouder cultuur Alexander Pechtold tot de gek op de hoek heeft eraan meegewerkt. Het idee was dat opvallende Leidenaren de klimmer letterlijk de hand toesteken en voor vallen behoeden. Aan de andere kant trapt de klimmer op de handen van maatschappelijk Leiden anno nu.’ De vraag in hoeverre het plaatsen op eigen initiatief illegaal was veroorzaakte nog een kleine rel. ‘We vroegen ons in het persbericht af of er sprake kon zijn van illegaal plaatsen als zoveel bekende Leidenaren aan zo’n project hadden meegewerkt. Dat hebben we moeten rectificeren. In de rectificatie hebben we keurig vermeld dat alle vergunningen voor een legale plaatsing waren aangevraagd, maar dat we, mocht de gemeente de vergunningen niet afgeven, de burgemeester niet in verlegenheid wilden brengen, zijn hand van de klimwand zouden verwijderen, en “Icarus”, net als onze eerdere projecten, op eigen initiatief zouden plaatsen. Het resultaat was dat we binnen de kortste keren toestemming hadden en de vergunningen niet meer nodig bleken!.’ Overigens hangt “Icarus” op een wat het K.U.T. betreft voorlopige locatie, een aantal meters boven de grond, en dus buiten het bereik van potentiele klimmers.‘We willen niet dat ze een doodsmak maken, het houvast van illuster Leiden ten spijt.’ Haasnoot en Tinga hopen daarom dat de wand in de toekomst tijdelijk in De Waag kan worden opgesteld, onder toezicht, zodat er echt in kan worden geklommen. Hoe het verder zal gaan met het Kunst Uitschot Team is onderwerp van discussie tussen de Teamleden: ‘Hoe je het ook wendt of keert, je wordt op een gegeven moment toch een soort instituut. We zijn in Leiden redelijk voorspelbaar geworden, in de zin van “Uitschot zal wel weer met iets onvoorspelbaars komen”. Meer en meer proberen we het buiten Leiden te zoeken. Maar het zomaar ergens iets neerzetten, hoezeer we daar in het begin een trademark van hebben gemaakt, was nooit het enige doel. Het gaat wel degelijk ook om wat we neerzetten.’ ‘We zijn er, tot de klimwand, eigenlijk altijd van uit gegaan dat onze beelden tijdelijk ergens zouden staan. We werkten de houten beelden af met olie, dat moest volstaan voor de beperkte tijd dat zo’n beeld ons inziens zou functioneren. Een aantal beelden staat inmiddels, al of niet gedoogd, al veel langer dan we hadden voorzien, en je ziet dat ze toe zijn aan onderhoud. Omdat ze op eigen initiatief zijn geplaatst kunnen we er de gemeente moeilijk mee lastig vallen, dat zou bovendien ook wel erg tegen onze doelstellingen zijn. Misschien moeten we het op een typische Uitschot manier aanpakken en ze te zijner tijd gewoon weer feestelijk verwijderen.’ Door M. Vermaase |